|

 |
Halfschaduw |
|
 |
Schaduwrijke plaats |
|
 |
Hoogte: |
30-150 cm |
|
|
Levensduur: |
vast |
|
| Namen |
|
| Nederlands: |
Bekervaren, struisvaren |
| Wetenschappelijk: |
Matteuccia struthiopteris |
| Familie: |
Aspidiaceae |
| Bronnen: |
mijntuin.org
tuinieren.nl,
tuinkrant.com |
| Plaats: |
achtertuin, onder berk |
| Verzorging |
|
|
Beschrijving; |
De
Matteuccia struthiopteris of struisvaren breidt zich
makkelijk uit door middel van zijn wortelstokken die ook
bruikbaar zijn voor de vermeerdering. De wortelstokken
kunnen tot 1 meter lang worden waardoor na een tijd
spontaan grote groepen gevormd worden. De varen vormt 2
soorten bladeren: steriele en sporendragende bladeren.
In het vroege voorjaar verschijnen de lichtgroene,
gebogen en geveerde bladeren die van 50 tot 150 cm
hoogte kunnen uitgroeien en staan als een trechtervorm
aan de buitenzijde. Deze aan de buitenzijde
verschijnende bladeren zijn de steriele bladeren. In de
late winter sterven alle bladeren af. De middelste
bladeren zijn de vruchtbare, die als struisvogelveren in
het hart van de plant staan. Deze vruchtbare afgestorven
bladeren bieden in de winter een schilderachtig uitzicht
en blijven rechtop en lichtbruin staan tot de volgende
nieuwe vruchtbare bladeren worden gevormd. De sporen
worden in augustus gevormd. |
|
Bodem/grond: |
Vochthoudende grond |
|